De menselijke zoo van Tervuren (1897)

De oorsprong van het AfricaMuseum is nauw verweven aan de Wereldtentoonstelling van Brussel in 1897. Op vraag van Koning Leopold II werd in Tervuren een ‘Koloniale afdeling’ georganiseerd om de Belgische bevolking en investeerders te overtuigen van zijn koloniaal project in Congo. Niet minder dan 267 Congolezen werden onder dwang naar België gebracht en aan het publiek tentoongesteld, als dieren in een dierentuin. Zeven van hen verloren het leven. Dit fatale schouwspel was geen unicum. Het maakte deel uit van een ware massacultuur die heeft bijgedragen aan het racisme dat vandaag nog steeds in de westerse samenlevingen voortleeft.

""

HP.1946.1058.1-32, collectie KMMA Tervuren ; foto A. Gautier, 1897

Propaganda voor het koloniale project

De Internationale Tentoonstelling van Brussel 1897 vond plaats van 10 mei tot 8 november 1897.

Bij deze gelegenheid liet Koning Leopold II het 'Koloniënpaleis' (nu het Afrikapaleis) bouwen in Tervuren op de plaats van het voormalige paviljoen van de Prins van Oranje, dat in 1879 door een brand werd verwoest.

In de tentoonstellingszalen van het Koloniënpaleis, ingericht in art-nouveaustijl, werden opgezette dieren, bodemstalen, Congolese en Europese economische producten, voedingsmiddelen, etnografische en artistieke voorwerpen uit Congo en kunstwerken uit België tentoongesteld.

Leopold II zag dit koloniale gedeelte als een propagandamiddel voor zijn koloniaal project, bedoeld om investeerders aan te trekken en de Belgische bevolking ervoor warm te maken.

Naast het Koloniënpaleis waren in het park van Tervuren tal van attracties geïnstalleerd: een monorail (die een topsnelheid van 150 km/u haalde), een renbaan, een velodroom, een ‘Plaine des jeux’ waar atletiek- en gymnastiekwedstrijden werden gehouden, enz.

Ook de Tervurenlaan en de tramlijn die het Jubelpark met het Tervurenpark verbindt, werden voor de gelegenheid aangelegd.

De tentoonstelling in het Koloniënpaleis:

Congolese ‘dorpen’

In het park van Tervuren werden drie omheinde ‘dorpen’ gebouwd in de buurt van de vijvers: twee ‘Bangaladorpen’ en één ‘Mayombedorp’. In totaal werden 267 Congolezen – mannen, vrouwen en kinderen – onder dwang overgebracht om deze dorpen te ‘bewonen’. De reis was lang en zwaar. Twee Congolezen stierven tijdens de overtocht.

Onder de Congolezen die naar België werden gestuurd waren 90 soldaten van de Force publique (een krijgsmacht bestaande uit Congolezen, die de functies van zowel politie als het leger van Congo Vrijstaat uitoefende). Ze moesten concerten en parades geven voor het publiek.

In het park was er nog een vierde dorp, het ‘Dorp van Gijzegem’, genoemd naar de Vlaamse gemeente waar pater Van Impe jonge Congolezen ‘opvoedde’ en ‘beschaving bijbracht’. Deze pater wilde zijn ‘beschavingswerk’ laten zien en promoten, om aan te tonen dat het mogelijk was om de gekoloniseerden op te voeden.

Een enorm succes... en vroege kritiek

De ‘Koloniale afdeling’ van Tervuren had aan het einde van de wereldtentoonstelling meer dan een miljoen bezoekers aangetrokken, zo blijkt uit de cijfers die gepubliceerd zijn.

Hoewel de wereldtentoonstelling van 10 mei tot 8 november plaatsvond, deden de pieken in het aantal bezoeken zich tussen 27 juni en 30 augustus voor, wat overeenkomt met de zomermaanden, maar ook met de aankomst- en vertrekdata van de Congolezen. Het aantal bezoekers liep soms op tot 40.000 per dag.

Niettemin werd er van bij de aankomst van de Congolezen kritiek geuit op het evenement en het gedrag van de bezoekers. Zo schreef Le National op 10 juli 1897:

Ils sont là, nos ‘futurs frères noirs’ […], étroitement gardés par leurs propres frères à eux – ‘nos vaillantes troupes d’Afrique’ – […] annexionnistes trop zélés. Ils sont là, bénéficiant d’un décor merveilleux, donnant l’impression, dans leur vie en plein, – réglée comme pour un spectacle forain – d’un Congo de fantaisie avec des simili-villages créés pour faire pendant au Palais de la Réclame Noire, en face.

[Ze zijn er, onze ‘toekomstige zwarte broeders’, strikt bewaakt door hun eigen rasgenoten – ‘onze waakzame troepen uit Afrika’ – […] overijverige annexionisten. Ze zijn er, genietend van een anders overheerlijk decor, dat hen door hun verblijf in openlucht – opgezet als een kermisspektakel – de indruk moet geven van een fantasie-Kongo, met simili-dorpen die als tegenhanger moeten dienen voor het Palais de la Réclame Noire [Koloniënpaleis].]

De auteur besluit zijn artikel:

Il y a même quelque-chose de passablement dégradant pour l’humanité, à voir ces malheureux ainsi parqués, livrés aux réflexions parfois navrantes et dégradantes aussi, des blancs qui accourent au nouveau spectacle.

[Het heeft zelfs iets redelijk vernederend voor de mensheid, te zien hoe deze ongelukkigen, op die manier tentoongesteld, overgeleverd zijn aan de soms navrante en ook vernederende reacties van de blanken, die zich naar een nieuw spektakel haasten.]

De ‘Congolese dorpen’ in Tervuren:

Een moorddadige tentoonstelling

De zomer van 1897 was koud en nat, en door de erbarmelijke omstandigheden waarin de Congolezen werden ondergebracht, vielen velen ziek. Zeven van hen stierven tijdens de tentoonstelling. Hun namen werden – waarschijnlijk onvolledig – genoteerd: Sambo, Mpemba, Ngemba, Ekia, Nzau, Kitukwa en Mibange.

Na hun dood werd er geweigerd hun lichamen op de plaatselijke begraafplaats te begraven. Ze werden begraven in ongewijde grond, voorbehouden voor overspeligen en zelfmoordenaars. Pas in 1953 werden hun lichamen verplaatst naar een begraafplaats op de binnenplaats van de katholieke Sint-Jan-Evangelistkerk in Tervuren. Tegenwoordig wordt er elk jaar een herdenkingsdag georganiseerd voor de zeven slachtoffers.

De graven van Sambo, Mpemba, Ngemba, Ekia, Nzau, Kitukwa en Mibange, die tijdens de tentoonstelling stierven.

De dood van de Congolezen ontketende een hevig debat in België, met veel persaandacht.

Voor de organisatoren was de Koloniale afdeling van Tervuren desalniettemin een groot succes en in 1898 werd het Koloniënpaleis omgevormd tot een permanent Congo Museum. Al snel bleek het gebouw te klein te zijn. Leopold II deed toen een beroep op de Franse architect Charles Girault en plande de bouw van een nieuw Congomuseum, een ‘École mondiale’, een congrescentrum, een treinstation, enzovoort. Uiteindelijk werd enkel het museum gebouwd, dat in 1910 werd ingehuldigd door Albert I, enkele maanden na het overlijden van Leopold II. Het is het huidige gebouw van het AfricaMuseum.

Tervuren staat niet op zichzelf

De menselijke dierentuin van Tervuren maakte deel uit van een westerse cultuur van exotisme. Deze tentoonstellingen van de "Andere" vonden in Europa vanaf het midden van de 19e eeuw plaats. Beurzen, circussen, cabarets, universele of koloniale tentoonstellingen, rondtrekkende dorpen, ... de exotische mode vierde hoogtij op verschillende plaatsen in België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland, Zwitserland, Italië, Spanje, Oostenrijk, maar ook in de Verenigde Staten.

In België werd in 1885 de eerste koloniale tentoonstelling georganiseerd in Antwerpen. Er werd een ‘negerdorp’ opgericht, dat 12 Afrikanen uit Congo, Zanzibar en de Portugese koloniën aan het publiek tentoonstelde.

In 1894 werd in Antwerpen een nieuwe wereldtentoonstelling gehouden, ditmaal met 144 Congolezen in een ‘exotisch’ decor. Acht mensen stierven tijdens de tentoonstelling.

Eén van de redenen voor het succes van deze ‘shows’ was dat de organisatoren ze in een beschavingsperspectief integreerden. Het doel was om te laten zien dat Europa de plicht had om de beschaving naar deze ‘wilden’ te brengen. De organisatie van menselijke dierentuinen versterkte dit idee bij de publieke opinie.

Door mensen met een donkere huid als minderwaardig te presenteren, wilde het Westen zijn superioriteit laten zien en zijn eigen imago opkrikken.

Expo 58

Voor de Expo 58 in Brussel werd er nog een ‘Congolese dorp’ gebouwd. De tentoonstellingsruimte die toen voor Congo was gereserveerd, was enorm. België wilde haar verwezenlijkingen in de kolonie promoten en haar aanwezigheid in Congo rechtvaardigen, op het moment dat de roep om onafhankelijkheid al weergalmde.

Meer dan 600 Congolezen kwamen naar België en 120 daarvan werden overdag tentoongesteld in de ‘Jardins tropicaux’. ’s Nachts verbleven ze in het CAPA-gebouw (Centre d'Accueil pour le Personnel Africain) in Tervuren, ver weg van de verlokkingen van de stad. In het CAPA-gebouw bevinden zich nu de centrale bibliotheek, collecties, laboratoria en kantoren van het AfricaMuseum.

De aanwezigheid van dit dorp en het racistische en vernederende gedrag van de bezoekers choqueerde en lokte kritiek en klachten uit, vooral van Congolese studenten en intellectuelen die in België woonden. Een groot deel van de ‘ambachtslieden’ besloot het dorp te verlaten, dat nog voor het einde van de tentoonstelling werd opgedoekt.

Ook Expo 58 eiste een Congolees slachtoffer. Juste Bonaventure Langa stierf tijdens Expo 58, toen hij nog maar acht maanden oud was. De oorzaak van zijn dood is onbekend. Hij ligt begraven in Tervuren op het kerkhof aan de Duisburgsesteenweg.

Beelden van Expo 58 in Brussel:

Graf van Juste Bonaventure Langa, op de begraafplaats van Tervuren. Hij is geboren op 26 september 1957 in Leopoldville (Kinshasa) en stierf op 22 mei 1958 in Leuven, tijdens de Expo 58. Op zijn graf staat een marmeren plaat met de inscriptie ‘Exposition Universelle 1958 / Congo pense à toi’.

Een vervlogen tijdperk?

In totaal heeft deze exotisme-industrie tussen 1810 en 1940 bijna 1,5 miljard bezoekers bereikt en meer dan 30.000 mensen tentoongesteld. Deze massacultuur heeft ongetwijfeld bijgedragen aan het racisme dat vandaag de dag nog steeds in de westerse samenlevingen aanwezig is.

Jammer genoeg bestaan deze uiterst vernederende en racistische praktijken ong steeds. In 2002 lokte een evenement in Yvoir, in België, controverse uit omdat het zo sterk deed denken aan de menselijke dierentuinen. In het Rainforest Park, waar meestal dieren worden tentoongesteld, werd een groep Bakapygmeeën uit Kameroen uitgenodigd om dansen en liedjes op te voeren voor de bezoekers van het park.

Vandaag tonen veel tv-shows nog altijd ‘wilde stammen’. Is de hang naar exotisme en voyeurisme van de ‘Andere’ wel echt verdwenen?


Dit artikel is grotendeels gebaseerd op twee publicaties:

  • Blanchard, P. & Couttenier, M. 2016. ‘Les zoos humains en Belgique’. Zoos humains. L'invention du sauvage. Liège : Centre d'Action Laïque de la Province de Liège, pp. 35-44.
  • Wynants, M. 1997. ‘Van Hertogen en Kongolezen, Tervuren en de koloniale tentoonstelling’. Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.

Zie ook:

  • “Boma-Tervuren, le voyage”, 1999 documentaire gemaakt door Francis Dujardin.
  • Van Beurden, Sarah. ‘“Un panorama de nos valeurs africaines”. Belgisch Congo op Expo 58’. In Congo in België. Koloniale cultuur in de metropool, onder redactie van Bambi Ceuppens, Vincent Viane, en David Van Reybrouck, 299–311. Alfred Cauchie Reeks. Leuven: Universitaire Pers Leuven, 2009.