Standpunten van het museum

Hoe staat het museum vandaag de dag tegenover kolonisatie?

Het kolonialisme is een bestuursvorm die gebaseerd is op militaire bezetting, autoritair en soms racistisch bestuur, en exploitatie. Het museum neemt er dan ook expliciet afstand van. Het neemt zijn verantwoordelijkheid op zich voor de impact die zijn vroegere propaganda voor het kolonialisme heeft gehad op de multiculturele samenleving van nu, en voor de boodschap van westerse morele en intellectuele superioriteit die het in het verleden heeft uitgedragen.

 

Hoe kijkt het museum terug op het bewind tijdens de Onafhankelijke Congostaat?

Van 1885 tot 1908 was koning Leopold II de soevereine vorst van de Onafhankelijke Congostaat. Hij gebruikte het gebied als een kapitalistisch wingewest. Vooral de exploitatie van rubber en ivoor ging gepaard met buitensporig geweld. Veroveringsoorlogen, uitbuiting, gedwongen tewerkstelling, strafexpedities, bevolkingsverplaatsingen, de ontwrichting van de landbouw, epidemieën en de introductie van voorheen onbekende ziektes hebben massaal veel Congolezen het leven gekost. Bovendien is het geboortecijfer sterk gedaald. Bij gebrek aan precieze gegevens is het erg moeilijk uit te maken hoeveel slachtoffers de Onafhankelijke Congostaat gemaakt heeft, maar het totale bevolkingsdeficit loopt op tot vele honderdduizenden, en volgens recente schattingen van Belgische en Congolese historici wellicht zelfs enkele miljoenen. Sommigen hebben het zelfs over een derde van de totale bevolking.

 

Hoe staat het museum tegenover de teruggave van Afrikaans cultureel erfgoed?

Het overgrote deel van het Afrikaanse kunstpatrimonium bevindt zich in westerse musea en privécollecties.
Ook de collecties van het KMMA zijn grotendeels tot stand gekomen tijdens de koloniale periode. Dat doet onvermijdelijk vragen rijzen over de manier waarop ze zijn verworven, en dus ook over een mogelijke teruggave aan hun land van oorsprong. Het museum neemt met een open en constructieve instelling deel aan de debatten die daarover worden gevoerd, en gaat discussies over de toekomst van Afrikaans cultureel erfgoed in Europa niet uit de weg.

Tussen 1976 en 1982 droeg het KMMA 114 etnografische objecten over aan het Institut des Musées Nationaux du Zaïre in Kinshasa. We droegen ook zowat 600 objecten over aan het Nationaal Museum van Rwanda in Butare.

Het KMMA heeft recent geen formele vragen tot teruggave ontvangen, maar is bereid hierover in dialoog te gaan met de nationale musea van de betrokken landen. We hebben samenwerkingsverbanden met de nationale musea van DR Congo en Rwanda, en met het Musée des Civilisations Noires in Dakar. Momenteel ontwikkelt het museum een beleid om de toegang tot zijn collecties voor Afrikaanse musea te vergemakkelijken. Het digitaliseert cultureel erfgoed zoals archieven, foto’s en films, en zullen ze in die vorm overdragen aan de betrokken landen. Verder intensifieert het museum het herkomstonderzoek naar objecten die mogelijk onrechtmatig zijn verworven.

 

Zijn er menselijke resten in de collecties van het museum?

Het KMMA bewaart twee mummies, die in de jaren 1930 via het ministerie van Koloniën in de museumcollectie zijn beland. Het gaat om twee mannen van wie het lichaam op natuurlijke wijze gemummificeerd is. In 2000 werden ze voor het eerst onderzocht. De onderzoekers konden niet nagaan hoe oud de lichamen precies zijn, maar wisten wel te achterhalen dat het gaat om herders uit de regio Kivu. Die zouden tussen de 17de en 19de eeuw zijn overleden in een grot.

In 1964 werd de afdeling fysische antropologie van het museum opgeheven. De schedels en andere menselijke resten die er werden bewaard, zijn toen overgebracht naar het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Daar bevinden ze zich nog steeds.

Op dit moment bewaart het museum nog enkele menselijke resten die verwerkt zijn in etnografische collecties. Het gaat bijvoorbeeld om muziekinstrumenten waarvan de klankkast bestaat uit een schedeldak, en een hoorn waarop een stuk kaakbeen is bevestigd.

 

Wat is het ‘Charte de l’impérialisme’?

Op sociale netwerken circuleert al een hele tijd een ‘Charte de l’impérialisme’, ook wel ‘Handvest van slavernij’ genoemd. Volgens sommige auteurs en internetgebruikers zou het AfricaMuseum beschikken over dat ‘vertrouwelijke’ document. Het gaat echter om een hoax.

Meer info:

Het handvest werd naar verluidt opgesteld in Washington ten tijde van de slavernij. Tijdens de conferentie van Berlijn, in 1885, zouden de westerse mogendheden er discreet over onderhandeld hebben. Na de Eerste en de Tweede Wereldoorlog zouden ze het document nogmaals hebben besproken. In het handvest zouden de westerse landen zich verbonden hebben ‘tot de uitbuiting van de arme landen en de afslachting van hun inwoners’. Ze zouden ook besloten hebben dat ‘hun leiders nooit vervolgd zullen worden voor alle misdaden die ze overal ter wereld plegen’.

Het document doet echter heel wat vragen rijzen. Het is anoniem: noch de auteurs, noch de precieze herkomst ervan zijn bekend. Het is niet origineel: er zijn alleen afschriften van verspreid. Een handvest is een officieel document, dat in principe pas rechtsgeldig is als het door één of meer mensen ondertekend is; dat is hier niet het geval. Bovendien zou er meermaals en op verschillende plaatsen over het handvest zijn onderhandeld. Er zouden dus varianten van de originele tekst moeten bestaan in de archieven van de betrokken landen of instellingen, maar ook dat is niet zo. Geen enkele beroepshistoricus heeft ooit melding gemaakt van het document. Het is bovendien verrassend dat een zogenaamd ten tijde van de slavenhandel geschreven document pas in de 21ste eeuw opduikt...

Ook de inhoud van het document is problematisch. Het bevat tal van onwaarschijnlijkheden, anachronismen en zinsconstructies die niet gebruikelijk zijn in protocollaire, diplomatieke taal. Enkele voorbeelden: het begrip ‘derde wereld’, dat vaak in de tekst terugkeert, werd pas in 1952 door de Franse demograaf en economist Albert Sauvy in het leven geroepen; het concept ‘genocide’, dat eveneens in de tekst voorkomt, werd pas in 1943 voor het eerst gebruikt door de Poolse advocaat Raphael Lemkin; en ook de termen ‘economische ontwikkelingshulp’, ‘massavernietigingswapens’ en ‘leaders’ werden niet vóór de tweede helft van de 20ste eeuw gebruikt. Bovendien spreekt uit het handvest een veralgemenende, zelfs simplistische visie die lijkt voort te spruiten uit een radicale, wraakzuchtige vijandigheid ten aanzien van ‘het Westen’. Het doel ervan blijft onduidelijk.

Het document, dat door sommigen schromelijk misbruikt wordt om onrust te zaaien bij slecht geïnformeerde mensen, is dus nep, of fake news. Het past in de hoek van de complottheorieën en is gebaseerd op andere fictieve documenten, zoals de Protocollen van de wijzen van Sion, een beruchte antisemitische vervalsing uit het begin van de 20ste eeuw. Het is overigens niet het enige nepdocument over de beginjaren van het kolonialisme dat op het internet te vinden is. Zo circuleert er sinds enkele jaren een soortgelijke tekst, met als titel Discours du Roi Léopold II à l'arrivée des premiers missionnaires au Congo en 1883.

Het is dan ook compleet ongeloofwaardig te denken dat het AfricaMuseum over een dergelijk document zou beschikken. Geen enkele inventaris maakt er melding van. De in het museum bewaarde historische archieven kunnen online of op eenvoudige aanvraag geraadpleegd worden.