Drie jaar ENFORCE
ENFORCE, het Belgische expertisecentrum voor forensisch houtonderzoek, viert zijn derde verjaardag. Wat houdt het werk precies in, en wat zijn de successen en uitdagingen? Volg onderzoeker Michael Monnoye tijdens een typische dag in het laboratorium voor houtanalyse in het AfricaMuseum.
België is een belangrijke draaischijf in de internationale houthandel. Dit is vooral via de haven van Antwerpen, die een toegangspoort vormt voor de enorme hoeveelheden massief hout, platen multiplex, houten meubels en nog veel meer die in de Europese Unie geïmporteerd worden. Ladingen hout mogen echter niet zomaar verhandeld worden. De ongebreidelde exploitatie in de afgelopen eeuwen heeft vele houtsoorten en bossen in bedreiging gebracht. Vandaag gaat dit nog steeds door, voornamelijk in tropische gebieden.
Vandaar dat internationale wetgevingen zoals the Convention on the International Trade in Endangered species (CITES) en de EU Timber Regulation (EUTR) van kracht zijn om soorten en bossen wereldwijd te beschermen. Deze wetgevingen leggen voorwaarden of beperkingen op aan de exploitatie en verhandeling van hout. Wetgeving vereist echter controle, waardoor er dus nood is aan verificaties van het hout dat via België in Europa binnenkomt. De houtsoort moet correct gedeclareerd zijn, niet enkel voor massief hout maar ook voor verwerkte producten.
Hiervoor ging in November 2022 het Belgische Expertisecentrum voor Forensisch Houtonderzoek (ENFORCE) van start. De eerste hoofddoelstelling was om de kennis van de houtbiologen in het Koninklijk Museum voor Midden Afrika ter beschikking te stellen via expertises voor overheidsinstanties, bedrijven en andere betrokken partijen. Dit gebeurde voorheen ook al sporadisch, maar dit werk werd nu gestroomlijnd en werd een van de kernactiviteiten van de Dienst Houtbiologie. De tweede hoofddoelstelling was om de methodologie voor houtidentificaties uit te breiden en te verbeteren.
Onderzoeker Michael Monnoye laat ons kennismaken met de werkwijze van het ENFORCE-laboratorium.
Laten we bij het begin starten. Hoe identificeer je een stuk hout?
De meest veelzijdige methode is de analyse van houtanatomie, dat wil zeggen de vorm en de manier waarop de houtcellen zijn georiënteerd in het hout. We beginnen met een macroscopisch en microscopisch onderzoek van de houtanatomie. Zo komen we meestal op het genus van het hout.
Dit stuk hout is zojuist door een bedrijf naar ons opgestuurd voor analyse. Ze willen de soort bevestigd zien. Door naar de anatomie te kijken en dit te vergelijken met refentiemateriaal, kan ik zien dat dit monster Afzelia-hout is, een tropisch genus, maar ik kan niet zeggen om welke soort Afzelia het precies gaat. De massaspectrometer gaat ons verder helpen.
Michael analyseert een dunne sectie van het houtstaal EXP517 onder een microscoop.
Kan je ons uitleggen hoe de massaspectrometer werkt?
Deze neemt de chemische vingerafdruk van het hout. Laten we hetzelfde EXP517-monster nemen dat we zojuist onder de microscoop hebben bekeken. De spectrometer meet de chemische stoffen die in het monster aanwezig zijn. Dit levert een spectrum op, dat de signatuur van het hout weergeeft. Dit spectrum verschilt tussen diverse houtsoorten.
Wat meet het apparaat precies?
Het meet de moleculen in het hout. De machine blaast een hete straal geïoniseerd heliumgas over het houtmonster. Daardoor raken kleine chemische verbindingen – zoals metabolieten – elektrisch opgeladen en vliegen ze in het toestel. Die detecteert ze elk en registreert hun intensiteit. Op het scherm zie je dat als scherpe pieken in het spectrum.



Michael snijdt met een scalpel een stukje hout weg. Vervolgens houdt hij dit stukje in de massaspectrometer voor de meting.
Hoe interpreteer je deze pieken?
De machine doet het. Al de pieken samen vormen de chemische spectrum van dit stuk hout. Dit kan ik nu visueel of met behulp van statistische analyse vergelijken met een grote referentiedatabase. Die database is het resultaat van een internationale samenwerking en bestaat uit meer dan 13 000 spectra. Dit zorgt voor een accurate identificatie van de soort van het hout. Het bedrijf wou weten over welke soort Afzelia het gaat. Nu weten we het: dit is Afzelia bipindensis.
Ik wil echter wel opmerken dat voor soorten waarvoor geen referentiespectrum beschikbaar is, de analyse van de houtanatomie via microscopie nog steeds de belangrijkste onderzoeksmethode is.

Het chemische spectrum van Afzelia bipidensis
Hoeveel expertiseonderzoeken voeren jullie momenteel uit en wie geeft daar opdracht toe?
Over drie jaar is de hoeveelheid expertises enorm toegenomen: van slechts 16 in 2022 tot maar liefst 227 in 2025. Dit is enerzijds dankzij de stijgende naamsbekendheid van ENFORCE bij de controlediensten en de houtimporteurs en anderzijds de grotere hoeveelheid houtcontroles uitgevoerd door de FOD Leefmilieu in verband met de opkomende EU Deforestation Regulation (EUDR), de nieuwe regelgeving van de EU op houtimport. De FOD geeft aan dat in 2025 90 % van de behandelde dossiers in België niet voldeed aan de verplichtingen².
De bedrijfswereld begint hier ook de nodige stappen te ondernemen, waarbij houtimporteurs gebruik maken van de diensten van ENFORCE om hun eigen leveranciersketen vanaf het bos waar het hout gekapt wordt te controleren.
Hoe is je werk veranderd sinds 2022?
Niet alleen de hoeveelheid expertises is toegenomen, ook de complexiteit van de producten betrokken bij de aanvragen stijgt. Waar in 2022 en voorheen voornamelijk massief hout en af en toe een splinter van een kunstobject werd geïdentificeerd, worden nu nog veel meer producten geanalyseerd: multiplex, fineer, spaanplaat, vezelplaat, papier en meubels die uit een mix van producten bestaan. Hiervoor is houtanatomie nog steeds de beste methode omdat het geen problemen ondervindt van contaminaties.

Aantal expertises per jaar
Wat brengt dit voor de toekomst van ENFORCE?
Gezien de opkomende EUDR nog niet volledig van kracht is en het aanbod van houtproducten steeds groter wordt, zullen de uitdagingen blijven komen. Het zal dus zaak zijn van te blijven inzetten op mankracht en technologie om de houthandel voldoende te kunnen controleren.


